Anders kijken, 31-3-’19

BhrDSchie40 dagen tijd, Nieuws, PrekenLeave a Comment

4e in de 40-dagentijd – Project ‘Stilte & Eenvoud’

In (de eerste jaren in) mijn vorige gemeente was er iemand (in een buurgemeente) die een soort vaderfiguur voor mij was. Het was een lieve vrolijke man. Bij hem kon ik mijn hart uitstorten, als ik wel eens moeite had met sommige mensen. Hij was één en al aandacht en één en al begrip. Van zo’n bezoek kwam ik altijd weer vrolijk terug, én: die ander – die mij het leven zo moeilijk maakte – kon ik óók weer met liefde bekijken. De liefde van die vaderfiguur schiep ruimte in mij, waardoor ik de ander niet meer als een tégenstander zag, maar als iemand van wie ik kon hoúden. Door de liefde van de vader, kon ik de ander zien, als iemand die náást mij staat. Niet als tégenstander, maar als broer of zus.
In de veertigdagentijd oefenen we onze ogen en oren en hart om zich te openen, zodat het grote wonder van Pasen zich in ons leven kan voltrekken, en wij door pijn, verdriet en moeite heen, een weg vinden naar een nieuwe toekomst. Vandaag is het zondag Laetare, verheugt u, betekent dat. Deze zondag wordt wel ook Klein Pasen genoemd. De gelijkenis van de verloren zoon gaat over vergeving en opstanding, over een opening naar zo’n nieuwe toekomst. Deze gelijkenis gaat over de liefde van de Vader. Die liefde opent zo’n nieuwe toekomst.

Eerst de jongste zoon. Hij onttrekt zich aan de liefde van de vader. Hij heeft geen vader nodig. Hij wil vrij zijn, onafhankelijk. Autonoom. Misschien is hij wel het ideaalbeeld van onze tijd. Welvaart is voor hem vanzelfsprekend. Hij vindt, dat die hem toekomt, en dat hij ermee kan doén wat hij wil. Hij leeft voor zichzelf. Jezus noemt zijn levenswijze heilloos.
Hij zegt: dat geld, dat is geen echte voeding. Als dat op is ben je nergens meer. Dit leven heeft geen voedingsbodem, geen wortels.
Dan de oudste zoon. Hij blijft dichtbij de Vader, maar in feite is hij net zo ver weg als zijn broer. Hij leeft niét van de liefde van de Vader. Hij denkt dat hij zich moet inspannen, om die liefde en erkenning waard te zijn. Hij is niet vrij. Dat wordt duidelijk als blijkt dat zijn broer, ondanks alles wat hij heeft gedaan, met open armen wordt ontvangen. De oudste is woedend en jaloers. Ook hij wil alles voor zichzelf hebben. Hij heeft zich afgesloten voor de liefde van de vader. Hij ziet niet wat hem gegeven is. Hij heeft geen vreugde in zijn leven. Hij blijft op afstand: verbitterd en vol verwijten. Ook hij is vervreemd geraakt van zijn vader, zijn broer en zichzelf. Na een lange omweg – komt de jongste thuis. Hij is geliefd. Er zijn mensen, die, ondanks alles, blij zijn met hem, zoals hij is. Voor hem is er weer toekomst. Is er ook toekomst voor de oudste? Dat blijft open.

Ieder mens loopt wonden op in het leven. De diepste wonden in ons leven hebben te maken met relaties met anderen. Een broertje of zusje dat meer geliefd werd dan jij, kan je leven lang een gevoelige snaar blijven, die steeds weer geraakt wordt, als je terug bent in het oude gezinsverband, maar ook door mensen die je herinneren aan hoe het vroeger ging. Dat zijn heel andere mensen. Ze weten niets van jouw gevoeligheid en toch maken ze, zonder dat ze het weten of willen, jouw oude wonden open. Bewust of onbewust, expres of onbedoeld kwetsen wij anderen en worden wij zelf gekwetst.
Als je gekwetst bent, of tekortgedaan bent, kan dat je helemaal in beslag nemen. Je denkt alleen nog maar aan het onrecht dat jou is gedaan. Het kleurt je leven. Je trekt je terug, teleurgesteld, boos, verbitterd. Bij alles wat die ander zegt, denk je, zie je wel, het is een verschrikkelijk mens. Alles wat de ander doet bevestigt je in haar mening over haar, en in alles wat je zegt klinkt je verbittering door.
Je kunt je ook pantseren of die kwetsuur diep wegstoppen. Dan lijkt het alsof je flink bent, sterk, onafhankelijk, maar je verstopt zo jezelf achter een muur, en je raakt vervreemd van jezelf en van anderen.
Wat heeft de oudste nodig om ook tot zichzelf te kunnen komen? Stilte denk ik – ruimte om na te denken, tijd om weer bij je gevoelens te kunnen komen, je wonden te kunnen voelen.
Jezelf eerlijk vragen stellen. Daar de tijd voor nemen. Hoe komt het dat ik me zo gekwetst voel. Komt dat echt door haar, of is dit een oude pijnplek van mij, die nu wordt geraakt?
Hoe denk ik eigenlijk over mezelf? Houd ik wel van mezelf, of wantrouw ik mezelf, en kan ik niet geloven dat iemand die mij een compliment geeft, het echt méént.
Om tot jezelf te komen is het ook belangrijk om je te verplaatsen in de ander. Als je weet wat haar achtergrond is en haar motieven zijn, dan kun je misschien al beter begrijpen waaróm zij zo doet. Luisteren is belangrijk, het gesprek aangaan. Wat heeft de ander bewogen om zich zo te uiten? Waarom deed hij dat?
Tot jezelf komen is misschien wel vooral nadenken over wat jou voedt, wat jou sterk maakt en blij, waar je thuis bent. Het is je openstellen voor de liefde van de Vader, want dan ontdek je dat er voldoende is voor iedereen.
Het concert van Vocalis gisteravond was voor mij zo’n balsem voor mijn ziel. Heel toevallig werd toen ook het lied gezongen dat we ‘s middags ook al bij de dienst voor Mies Povel hadden gezongen: ‘O Heer die onze Vader zijt’. Ook de originele wijs is prachtig – die kunnen we dus ook best eens zingen – maar dat terzijde. In de Engelse tekst horen we hoe weldadig de liefde van God is: ‘Hij druppelt (dauw)druppels van kalmte op ons, en al ons streven komt tot rust. Hij neemt de ‘strain’ en ‘stress’, de spanning en de stress, van onze ziel weg en zijn vrede strekt zich uit over ons uit’. Deze gelijkenis leert ons ons eigen angstige ikje los te laten, en met de blik van de Vader te kijken, naar onszelf en naar de ander.
De liefde van de Vader lijkt op de liefde van een vriend, bij wie je jezelf kunt zijn. Die van je houdt zoals je bent. God is niet een hooghartige machtsbeluste patriarch, die wacht tot zijn kinderen nederig naar hem toe kruipen. Nee, hij staat op de uitkijk. Hij ziet zijn kinderen al van verre en buiten zichzelf van vreugde, rent hij hen tegemoet. God is al met ons verzoend. Hij ís vergeving.
Jezus vraagt alleen maar van ons, ons om te keren. Letterlijk. Want dan kun je de ander zien van een andere kant, vanuit de liefdevolle ogen van de Vader.
Elke zondag in de kerkdienst doen we dat. Als we bidden om Gods ontferming, voelen we hoe blij God is met ons, en hoe hij zich over ons erbarmt en ons vergeeft. En dat hij, net zoals hij dat doet met zijn jongste zoon, ook óns, hult in een kleed van waardigheid, ons zijn trouw bezegelt met een ring, en sandalen aan onze voeten doet, zodat we weer vérder kunnen gaan.

Dat is dan ook de bedoeling van het kerkzijn, dat we een plaats zijn waar Gods liefde en genade worden ervaren. Dat hoor ik vaak over onze kerk maar ook over vele andere kerken.
En ook buiten de kerken zien we gelukkig sporen daarvan.

Ik las over een voetbaltrainer in Amsterdam, die in samenwerking met scholen, de Urban Talent Academy voor ontspoorde jongeren heeft opgericht. Daar worden school en sport en bewegen bij elkaar gebracht. Ze ontbijten en lunchen samen. Zo leren ze gezond te eten.
De trainingen worden gekoppeld aan het gedrag van de jongens op school. Zo leren ze hoe je kunt omgaan met boosheid en agressie, en kunt leren van teleurstellingen. Ze krijgen zelfvertrouwen en energie. Ze komen fit in de les, en zijn gemotiveerd om hun diploma te halen. Deze trainer zegt: ‘ik doe mijn best om de leerlingen veel liefde te geven. Dat is de basis. Zo krijgen de jongens vertrouwen in het leven. Je ziet ze veranderen’.
En een regisseur van een musical over twintigers zegt: ‘het lijkt alsof twintigers alles hebben.
Hun wereld is vol mogelijkheden. Maar juist voor hen is het moeilijk om te ontdekken wie ze zijn en om keuzes te maken. In die musical voel je hun innerlijke strijd en hoe ze stukje bij beetje tot zichzelf komen en dan voel je weer vriendschap, verbinding en liefde. We zijn enorm geïndividualiseerd, maar uiteindelijk hebben we allemaal behoefte aan een knuffel.
Dat is de boodschap van de wereld: liefde, verbinding en samenzijn’.

Misschien herkent u uzelf in de jongste zoon. Wij als kerkgangers herkennen ons vaak het meeste in de oudste zoon. Misschien zijn we wel allebei. Net als deze broers worden wij uitgenodigd om tot onszelf te komen, en om thuis te komen bij de liefde van de Vader. Zijn liefde is zo groot en zo overvloedig, dat er genoeg is voor iedereen. Daar mogen we onszelf zijn en kunnen we samenleven als broeders en zusters.
‘De dag breekt aan als je in je de ander je medemens kunt zien.
Als je kunt geloven dat die jouw broeder of jouw zuster is’.
Amen.

Lucas 15 vers 11-32, 2 Kronieken 36 en 1 Korinthiërs 5
Zondag Laetare, verheugt u.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.